Interview met An Ye Zhi de Jong over haar Artist in Space traject (2025)

Interview with An Ye Zhi de Jong about her Artist in Space traject (2025)

An Ye Zhi de Jong (Fenyi, 2001) is een in China geboren kunstenaar die opgroeide en woont in Nederland. In haar interdisciplinaire werk onderzoekt ze de realiteit van het opgroeien als transraciale geadopteerde van Aziatische komaf in een overwegend witte omgeving. In haar werk stelt ze de ethiek van interlandelijke adoptie aan de kaak en betwist ze de koloniale motieven en aannames die in het verleden breed werden gepromoot en nog altijd het perspectief op adoptie kleuren. Na recent te zijn afgestudeerd heeft ze het Horizon Artist in Space stipendium gekregen om haar werk verder te ontwikkelen. Wij spraken haar in haar werkomgeving over hoe zij zich sindsdien verder heeft ontwikkeld.

An Ye Zhi de Jong (Fenyi, 2001) is a China-born artist who grew up and lives in the Netherlands. In her interdisciplinary practice, she explores the reality of growing up as a transracial adoptee of Asian descent in a predominantly white environment. In her work, she challenges the ethics of intercountry adoption and questions the colonial motives and assumptions that were widely promoted in the past and continue to shape perspectives on adoption today. Having recently graduated, she was awarded the Horizon Artist in Space grant to further develop her practice. We spoke to her in her studio about how her work has developed since then.

“Ik ben in 2020 met mijn bachelor Autonoom Beeldende Kunst begonnen aan Academie Minerva in Groningen. Het was een roerige tijd om een studie te beginnen, met weinig contacturen en gelimiteerde toegang tot de werkplaatsen, maar toch heb ik vrij vlot mijn draai gevonden. De eerste paar jaar heb ik veel geëxperimenteerd met verschillende materialen en technieken, zoals ARDUINO. Dat kwam voornamelijk doordat ik geïnspireerd was door grote digitale installaties die je soms in musea aantreft en waar ik zelf ook mee wilde gaan werken. Mijn interesse voor China, en waar mijn onderzoek eigenlijk al begon, vindt zijn oorsprong op de middelbare school, toen ik onderzoek deed naar de Chinese kunstgeschiedenis. Dit kwam terug toen ik in mijn derde jaar van de kunstacademie een werk maakte over mijn adoptie uit China. Dit werk, What I Wish My Nursery Had Looked Like, was een installatie van een kinderkamer waarin ik onder andere beelden gebruikte die mijn vader van het weeshuis had gemaakt. Dat was vooral het werk waarbij het onderwerp adoptie centraal kwam te staan in mijn kunstpraktijk.

“I started my Bachelor’s degree in Fine Art at Academie Minerva in Groningen in 2020. It was a turbulent time to begin a degree, with few contact hours and limited access to the workshops, but I still found my footing fairly quickly. During the first few years, I experimented extensively with different materials and techniques, such as ARDUINO. This was mainly because I was inspired by the large-scale digital installations you sometimes encounter in museums and wanted to start working with them myself. My interest in China, and where my research actually began, originated in secondary school, when I researched Chinese art history. This interest resurfaced in my third year at art school, when I created a work about my adoption from China. This work, What I Wish My Nursery Had Looked Like, was an installation of a nursery in which I used, among other things, images my father had taken of the orphanage. This was the work in which adoption became a central subject in my artistic practice.

Mijn werk voor het Artist in Space Horizon traject is een voortzetting van mijn afstudeerwerk waarin ik mijn eigen geschiedenis en afkomst onderzoek. Het maken van dit soort werk is voor mijzelf  confronterend, maar het gaat verder dan alleen de persoonlijke verwerking van een problematisch gegeven. Het gaat over het leren van je eigen geschiedenis en het is een manier om vorm te geven aan je mening die verdergaat dan wanneer ik bijvoorbeeld alleen woorden zou gebruiken. Kunst geeft een diepere laag aan een verhaal waardoor mensen ook op andere manieren kunnen relateren aan het onderwerp. Bij mijn exposities komen regelmatig mensen naar mij toe die vergelijkbare ervaringen hebben. Zodoende schept kunst ook gemeenschap, een plek om ervaringen te delen waarvoor elders geen ruimte is. Bij mijn expositie Strange Kin in Galerie Noord in Groningen kwam bijvoorbeeld iemand naar mij toe met wie ik later nog een aantal keer koffie heb gedronken om over onze gedeelde ervaringen te praten. Er zijn maar weinig plekken waar je hierover kan praten. Het is een vaak genegeerd deel van de geschiedenis, maar ook van de discussies die we vandaag de dag nog steeds hebben. Een van de problemen in Nederland betreffende adoptie is het idee dat je gered bent en dankbaar moet zijn. Het leven voorafgaand aan adoptie wordt genegeerd of alleen geframed als iets problematisch. Het goede of echte leven begint pas na je adoptie. Zulke verhalen negeren alle gemengde gevoelens die je als geadopteerd persoon kan hebben over je oude en je nieuwe familie. En er zijn ook genoeg gevallen waarin adoptie niet goed uitpakt en een kind juist in een veel onveiligere situatie terechtkomt dan daarvoor. Je wordt als geadopteerde een verhaal opgelegd waar je zelf geen inspraak op hebt.

My work for the Artist in Space Horizon programme is a continuation of my graduation project, in which I explore my own history and origins. Making this kind of work is confronting for me personally, but it goes beyond simply processing a problematic reality. It is about learning about your own history and finding a way to give shape to your perspective in a way that goes beyond simply using words. Art adds a deeper layer to a story, allowing people to relate to a subject in different ways. At my exhibitions, people regularly approach me because they have had similar experiences. In this way, art also creates community—a place to share experiences for which there is often no space elsewhere. At my exhibition Strange Kin at Galerie Noord in Groningen, for example, someone approached me and we later met for coffee several times to talk about our shared experiences. There are very few places where you can talk about these things. It is a part of history that is often ignored, but it is also absent from many of the discussions we are still having today. One of the problems surrounding adoption in the Netherlands is the idea that you have been ‘saved’ and should be grateful. Life before adoption is ignored or framed solely as something problematic. The good or real life is said to begin only after adoption. Such narratives ignore all the mixed feelings an adopted person can have about their old and new families. And there are also plenty of cases in which adoption does not turn out well and a child ends up in a much more unsafe situation than before. As an adoptee, a narrative is imposed on you in which you have no say.

Mijn vooronderzoek gaat ook in op het idee van opnieuw een verbinding maken met het land van herkomst en het onderzoeken van hoe de verhalen aan die kant zijn. Concreet bestond het uit vooronderzoek en een reis naar China van half april tot eind juni 2025. Ik richt mij op de discussie over identiteit in het algemeen en ook op het gebied van racisme, met al die genormaliseerde grappen en microagressies waarvan ik vroeger niet eens wist dat ze over mij gingen. Over dit laatste heb ik overigens het werk Hanky Panky gemaakt, met een animatronische pop op een stoeltje. De pop beweegt als een kind met een driftbui en dit werk gaat over de frustraties die ik als kind voelde ten opzichte van alle vormen van casual racisme waaraan je als kind wordt blootgesteld.

My preliminary research also explores the idea of reconnecting with your country of origin and investigating what the stories look like from that side. In concrete terms, this involved preliminary research and a trip to China from mid-April to the end of June 2025. I focus on discussions around identity in general, as well as racism, including all the normalized jokes and microaggressions that I was not even aware were directed at me when I was younger. I made the work Hanky Panky about the latter, featuring an animatronic doll sitting on a chair. The doll moves like a child having a tantrum, and the work is about the frustrations I experienced as a child in response to all the forms of casual racism you are exposed to as a child.

Tijdens mijn onderzoeksreis langs de oostkust van China bleek taal een van de grootste barrières te zijn. Eindelijk leek ik op de mensen om mij heen, maar zodra ik mijn mond opendeed werd ik automatisch weer gelabeld als buitenlander. Dit wringt met het verlangen om ergens thuis te horen.

During my research trip along the east coast of China, language turned out to be one of the biggest barriers. Finally, I looked like the people around me, but as soon as I opened my mouth, I was automatically labelled a foreigner again. This creates a tension with the desire to belong somewhere.

Ik heb ook de keramiek hoofdstad Jingdezhen in Jiangxi bezocht, wat tevens mijn geboorteprovincie is, voor materiaalonderzoek. Ik wil al lange tijd met keramiek werken en dit vormt een natuurlijke verbinding met het onderwerp. Ik mag gebruikmaken van een keramiekatelier van een oud klasgenoot die mij ook helpt met de benodigde technieken. Ik maak vazen die ik later in stukjes breek en weer aan elkaar probeer te naaien. Film speelt daarnaast een belangrijke rol in dit onderzoek en ik wil graag de beelden die ik heb gemaakt inzetten binnen een nieuwe installatie. Het lastige aan een traject als dit is dat je ideeën tijdens de reis veranderen door alle nieuwe indrukken en inzichten die je opdoet. Ik ben veel aan het experimenteren met wat ik precies wil doen met keramiek, film en de onderwerpen die naar boven komen in de discussie die ik wil aansnijden. Ik heb hierover gesprekken met Arnisa Zeqo van kunsthuis SYB in Beetsterzwaag, die mij tijdens dit traject begeleidt. Tijdens een residentie van twee weken bij kunsthuis SYB heb ik veel van het filmmateriaal geedit. Aansluitend heb ik een residentie bij NP3 |  RE:Search:Gallery in Groningen voor drie maanden. Het is lastig te zeggen of ik alles uiteindelijk zal combineren tot één werk of dat het losse werken worden die ik zal presenteren. Maar de tijd, ruimte en begeleiding die ik dankzij dit traject krijg zorgen ervoor dat ik alles tegelijkertijd kan uitproberen en zo langzamerhand een overzicht krijg van alle onderwerpen waar ik het over wil hebben. Het is uiteindelijk geen onderwerp dat zich makkelijk laat vastleggen.”

I also visited Jingdezhen, the ceramic capital in Jiangxi, which is also my province of birth, to conduct material research. I have wanted to work with ceramics for a long time, and it forms a natural connection to the subject. I am able to use the ceramics studio of a former classmate, who is also helping me with the necessary techniques. I am making vases that I later break into pieces and try to sew back together. Film also plays an important role in this research, and I would like to incorporate the footage I have made into a new installation. The difficult thing about a process like this is that your ideas change during the journey as a result of all the new impressions and insights you gain. I am experimenting a lot with exactly what I want to do with ceramics, film and the subjects that emerge in the discussions I want to address. I am discussing this with Arnisa Zeqo from kunsthuis SYB in Beetsterzwaag, who is mentoring me throughout this process. During a two-week residency at kunsthuis SYB, I edited a large part of the film material. Following this, I am undertaking a three-month residency at NP3 | RE:Search in Groningen. It is difficult to say whether I will ultimately combine everything into a single work or whether they will become separate works that I will present individually. But the time, space and guidance I receive through this programme allow me to try everything out simultaneously and gradually gain an overview of all the subjects I want to address. Ultimately, it is not a subject that can easily be pinned down.”

✍️ Tekst: Dinnis van Dijken
📸 Foto’s: Sander van der Bij

✍️ Text: Dinnis van Dijken
📸 Photos: Sander van der Bij